|
|
||||
|
Thomas Beckmann stamt uit een muzieklievende
familie uit Düsseldorf. Zijn overgrootvader was militairtrompettist
en ontving van Kaiser een zilveren trompet voor zijn mooie spel. Zijn
oudere broer
Hannes woont in München en is een erkende jazzviolist. Na Fourniers dood in 1986 trad
Beckmann versterkt in de openbaarheid op. Hij ondernam tournees door Europa
onder het motto "Oh! That Cello", waarbij hij klassieke sonaten
met kleine klassieke werken en stukken van Charlie Chaplin kombineerde. Beckmann nam tot nu toe vier CD's op. "Oh! That Cello", "Thomas Beckmann - Charlie Chaplin" en "Short Pieces for the Cello " " werden in korte tijd in 27 landen de succesvolste cello CD. "Oh! That cello" werd met de "Prijs voor Duitse CD-muziek" bekroond. "Beckmann speelt Cello" is een live opname van Beckmanns opzienbarende concert in de Filharmonie van Berlijn, waarmee hij op 13 april 2000 een benefiettournee door 32 duitse steden beëindigde. Het drie weken daarvoor uitverkochte recital was de eerste live-transpositie in het internet van een concert van de Berlijnse filharmonie. Van 1986 tot 1991 ondernam Beckmann
omvangrijke tournees onder de titel: "Beckmann speelt cello"
en trad bij talrijke grote concerten op. Hoogtepunkt was het jaar 1989,
waarin hij in 207 (!) concerten optrad. Een geweldige opgave, waaronder
ook een bejubelde tournee door het voormalige Sovjet-Unie. Het laatste
concert in het kultuurpaleis in Moskou beschreef de "Mokow press"
als volgt: In Parijs trad Beckmann in december 1995 samen
met zijn vrouw, de pianiste Kayoko Matsushita, in het parijse "Theatre
Mac Mahon" op, nabij de Champs Elysee. Het concert was zo succesvol,
dat het twee weken lang met twee voorstellingen per dag herhaald moest
worden. Na de terugkeer uit Parijs kregen de kunstenaars rond de jaarwisseling
een ernstig auto-ongeluk. Niet alleen de auto, maar ook de waardevolle
Guadagnini-cello werden daarbij geruïneerd. Beckmann beschrijft deze
gebeurtenis als 'aha-erlebnis' , dat de doorslag gaf, het GEMEINSAM GEGEN
KÄLTE project voor hulp aan daklozen over het hele land uit te breiden. Een verder teken van het lot onthulde zich aan hem, toen hij bij de succesvolle reparatuur van zijn instrument een verborgen inscriptie terugvond, waarop hij bij de aankoop van de cello tientallen jaren daarvoor al op gewezen was: "Il Mendicante" ("de bedelaar"). Het legendarische instrument uit de Mailander periode (ca. 1750) van de violenbouwer Gaimbattista Guadagnini (1711 - 1786) was in de vorige eeuw het eigendom van een Parijse bedelaar, in wiens dakkamer het na zijn dood, naast een groot aantal eerder inferieure violen, gevonden werd. Hoewel hem herhaaldelijk hoge sommen voor de cello geboden waren, had de amateurcellist het uitzonderlijke instrument vanwege zijn enorme volume en zijn bezielende klank zelfs niet willen afgeven om uit zijn armoedige situatie te ontkomen. "Il Mendicante" ontplooide zijn orkestrale volle klank en zijn, tot in de laatste hoek dragende pianissimo in de grootste kerken en concertzalen van Duitsland: In de jaren 1996 - 1999 klonk het in meer dan 100 concerten, onder andere naar aanleiding van benefietconcerten, in welke de kunstenaar ten gunste van dakloze mensen solo-suiten van Johann Sebastiaan Bach speelde. Voor hun muzikale en sociale werk werden Beckmann en zijn vrouw met de Europese Sociaalprijs, het Bondsverdienstkruis, de Kiwaniprijs en Lorenz-Werthmann-Medaille onderscheiden. De laatste is de hoogste onderscheiding, die de Duitse Caritas vergeeft en werd in het verleden slechtst een maal uitgereikt. Voor veel mensen is de cello als solo-instrument nog altijd weinig bekend. En dat terwijl zijn fascinerende warme klank toch een groot publiek verdient: De cello is met zijn vijf octaven omvattende klankregister een der meest veelzijdige en kleurigste instrumenten. Het is Beckmann met zijn uitverkochte concerten en enthousiaste televisieoptredens gelukt, miljoenen toehoorders voor het instrument enthousiast te maken. |
||||