|
We kunnen erop wachten, op een dag
zullen de films van Charlie Chaplin wel weer in de bioscoop te zien zijn.
En degene die niet te laat komt, kan in de vooraftiteling lezen dat de
geniale filmkomediant in ieder geval in een punt overeen komt met Richard
Wagner: Ook hij komponeerde de muziek voor zijn kunststukken zelf.
Slechts de toegwijde Fan-clubleden
van Chaplin is het nochtans bekend dat de meester (zo doet zijn de informatie
geloven) vóór zijn doorbraak in de film serieuze ambities
had, als concertsolist met de cello en de viool op te treden.
Hij stamde uit een muziekfamilie (zijn
moeder was soubrette, zijn vader zanger in Londense muziekhallen). In
een van de eenvoudigste wijken van Londen opgroeiend, verdiende Chaplin
zijn eerste geld op de variëtépodia van de Londense 'muziekhallen'.
Daar imiteerde hij als kind de broze stem van zijn moeder, wat voor hem
applaus en voor zijn moeder het einde van haar carrière betekende.
De vader, aan alcohol verslaafd, kon niet noemenswaardig aan de geringe
inkomsten van de moeder, die zich en de kinderen met naaiopdrachten boven
water hield, bijdragen. Zo leed de hele familie af en toe honger.
Kort na de verhuizing naar het armenhuis werd de moeder in een psychiatrisch
ziekenhuis opgenomen. De nu volledig op zichzelf aangewezen jongen sloeg
zich als krantenverkoper en boodschappenjongen door de moeilijke situatie
heen, tot hij na meermaals navragen bij "Blackmores Podiumagentschap"
als uit heldere hemel een jongensrol aangeboden kreeg. Dit moet het keerpunt
in het leven van de nu nog maar 12-jarige Chaplin geweest zijn. Hij was
dat, wat hij altijd had willen worden: Toneelspeler.
Zijn talent bewees zich zeer snel,
en na jaren hier en daar te hebben geacteerd werd hij ster in Fred Karno's
toneelgroep. Van komiekkollega Stan Laurel weten we dat hij toen met zijn
cello op reis geweest is. Het was zeer veeleisend, de investities aanzienlijk:
Bij jarenlang onderricht werden de dagelijkse oefeningen nauwgezet doorgevoerd
- minimaal vier uur lang, en zes uur was geen uitzondering.
Met de in de Vaudeville-aktes te bewonderen
gave, alle mogelijke problemen compromisloos uit de wereld te helpen,
liet de linkshandige cello en viool ombouwen. Zijn spel van de andere
kant vereiste het toen al prijzige openmaken van het instrument voor het
verstellen van de basbalken en de stemstok, en talrijke verdere veranderingen.
Zo bleef de komiek een succes als strijkende virtuoos uit, en het ging
hem daarbij niet anders als de uitvinder van de relativiteitstheorie Albert
Einstein, wiens vraag na zijn vioolspel door de cello-virtuoos Gregor
Piatigorsky met de sibyllinische uitdrukking "relatief goed"
beantwoord werd.
Het heeft hem er in ieder geval niet
van weerhouden, al in 1916, nog voor zijn filmsucces, een muziekuitgeverij
te stichten, die door hem gekomponeerde titel "Oh! That Cello"
te drukken en de in een slapstickachtige manier gedreven zaak na uitgave
van nog twee titels weer de sluiten.
Chaplin's originele verklaring: "Bert Clark, een excellente pianist,
heeft mij overgehaald tot het partnership in deze muziekonderneming. We
huurden een ruimte, drukten 2000 kopieën en wachtten op klanten.
Het ondernemen eindigde tamelijk treurig. Ik geloof dat we drie kopieën
hebben verkocht, een aan de amerikaanse komponist Charles Cadman, en twee
aan voetgangers, die op weg naar beneden langs ons buro kwamen."
De later beginnende filmsuccessen
boden de allroundgenie echter gelegenheid, zijn cellistische en kompositorische
talenten uit te buiten. Hij speelde de arrangeurs zijn melodieën
voor, die deze dan naar eigen goeddunken bewerkten.
De bij Bremer label JARO verschenen
cd 'Charlie Chaplin - Oh! That cello' zet deze kant van Charlie Chaplin's
strijkersambitie voor het eerst in de schijnwerpers. Op deze cd worden
de drie in 1916 verschenen stukken en een keuze uit latere, deels wereldberoemde,
filmmuziektitels dusdanig ingespeeld, dat ze als de oorspronkelijke registratie
van Chaplin geklonken moeten hebben: met cello en pianobegeleiding. Te
horen zijn o.a. "Limelight" , een improvisatie van "Coffee
and cakes", "Bonjour Madame", stukken die opmerkelijk met
de cellosonates van Richard Strauss overeenkomen, maar ook meerdere niet
verschenen stukken, waarvan de handgeschreven noten door wereldwijde recherches
bijelkaargevoegd werden. Een bijzonder probleem leverde het stuk "Oh!
That Cello", waarvan het bestaan bij de muziekexperten van de erfgemeenschap
van Charlie Chaplin niet bekend was en waarvan de originele uitgave zich
in het Chaplin-archief van Wilhelm Staudinger in Frankfurt bevindt. Nadat
het Chaplin-beheer een uitlevering van de plaat eerst verboden had, werden
de schijven later door tussenkomst van Lady Oona Chaplin, die zeer enthousiast
over de opname was, vrijgegeven. De muziek ontketende een onverwachte
eigendynamiek en klom in korte tijd op tot de meest succesvolle celloplaat
in de BRD en wird met de "Preis der deutschen Schallplattenkritik"
onderscheiden.
Ein Een tweede volume "Thomas
Beckmann - Charlie Chaplin" met Kayoko Matsushita op de piano verscheen
drie jaren later, een opname, met - voor velen misschien verrassende-
vaak smachtende, melancholieke melodieën van ontroerende eenvoud
(Spring song!), die van de ballast van het Hollywood orkest bevrijd zijn.
Het is opmerkelijk dat door Chaplin een eerste poging in deze richting
ondernomen werd, en hij uitte zich als volgt: " Ik heb geprobeerd,
elegante en romantische muziek te komponeren, om mijn komedies een omraming
te geven, die in contrast stond met het karakter van de Tramps. Elegante
muziek gaf mijn komedies een emotionele dimensie. De muziekarrangeure
begrepen dat zelden. Ze wilden grappige muziek hebben. Maar ik heb hen
uitgelegd, dat ik geen concurrentie wenste, dat de muziek een contrapunt
van lieftalligheid en charme moest zijn, dat ze gevoel moest uitdrukken,
omdat zonder deze, zoals Hazlitt zei, een kunstwerk onvolledig blijft.
Soms wilde een musicus met mij uitgebreid over de verminderde intervallen
van de chromatische of diatonische toonladders discussiëren, maar
ik onderbrak hem dan als een leek: "Wat de muziek dan ook uitdrukt,
de rest is slechts begeleiding."
|